Guides > Bali
Bali, waar tempels tussen rijstvelden verrijzen
Bali voelt als een warme omhelzing zodra je van het vliegtuig stapt. De geur van wierook drijft over smalle weggetjes, terwijl gamelan-muziek in de verte klinkt. Dit Indonesische eiland heeft een magische kracht om je meteen te laten ontspannen.
Wat Bali zo bijzonder maakt, is hoe het oude en nieuwe naast elkaar bestaan. Je ziet teenagers op scooters racen langs eeuwenoude tempels, terwijl in de verte een boer zijn rijstvelden verzorgt zoals zijn voorouders dat deden. De Balinese hindoetraditie kleurt alles: van de dagelijkse rituelen tot de kleurrijke ceremonies die je overal kunt tegenkomen. En dan is er nog Nyepi – de dag van stilte waarop het hele eiland tot rust komt. Geen verkeer, geen toeristen op straat, alleen de krekels die hun lied zingen.
De Balinese keuken is een explosie van smaken die je niet snel vergeet. Nasi goreng krijgt hier een lokale twist met sambal en verse kruiden, terwijl babi guling – het traditionele geroosterde varken – een must-try is voor vleesliefhebbers. De kleine warungs langs de weg serveren vaak het lekkerste eten voor een prikkie.
" Bali raakt je ziel op een manier die je niet kunt uitleggen - het is alsof het eiland je herinnert aan wat echt belangrijk is in het leven. "
Elke dag opnieuw zie je kleine offers van gevlochten palmblad op straat, gevuld met bloemen en rijst. Dit zijn de canang sari – dagelijkse geschenken aan de goden die de Balinese cultuur zo kleurrijk maken. Als je geluk hebt, loop je een ceremonie tegen het lijf waar hele families in traditionele kleding samenkomen.
Deze zee-tempel op een rotsformatie is het meest gefotografeerde plekje van Bali – en terecht. Pura Tanah Lot is vooral magisch tijdens zonsondergang, wanneer de tempel silhouet tegen de oranje lucht afsteekt. Het water rond de tempel wemelt van de heilige goudvissen die je voor een kleine donatie mag voeren. Kom op tijd, want rond vijf uur ’s middags wordt het druk met andere zonsondergangjagers. De toegang kost ongeveer 60.000 rupiah en er zijn genoeg parkeerplaatsen. Vergeet je camera niet!
Wil je het echte Bali zien? Dan moet je naar Tegallalang, even buiten Ubud. Hier liggen de beroemdste rijstterrassen als groene trappen tegen de heuvels. Loop over de smalle paadjes tussen de velden en je waant je in een levende ansichtkaart. De boeren zijn gewend aan toeristen en vertellen graag over hun traditionele irrigatiesysteem, de subak. Het mooiste licht heb je in de vroege ochtend of late middag. Draag stevige schoenen – de paadjes kunnen glibberig zijn na een regenbui.
Het Monkey Forest in Ubud is een avontuur op zich. Deze heilige makaken hebben geen respect voor je spullen – zonnebrillen, petjes en snacks verdwijnen in een oogwenk in hun grijpgrage pootjes. Toch is het een prachtige plek om te wandelen tussen de oude tempels en reusachtige bomen. De apen zijn onderdeel van het religieuze leven hier, dus behandel ze met respect. Houd je tas goed dicht en draag geen glimmende sieraden. De toegang kost 50.000 rupiah en het bos is dagelijks open tot zes uur ’s avonds.
Het droge seizoen van april tot oktober is perfect voor Bali - dan regent het minder en zijn de temperaturen het aangenaamst rond de 26 graden.
Een scooter huren kost maar 70.000 rupiah per dag, maar het verkeer in Denpasar en Kuta kan behoorlijk chaotisch zijn voor beginners.
Op Nyepi, de Balinese nieuwjaarsdag, mag niemand het huis uit - zelfs het vliegveld sluit en toeristen moeten binnen blijven in hun hotel.
Draag altijd een sarong bij tempelbezoeken - bij de meeste tempels kun je er een lenen, maar het is respectvoller om je eigen mee te nemen.
Ingmar Bruinsma (Leeuwarden, 1991) is de oprichter van ondere andere Waarovernachtenin.nl en andere reiswebsites. Met zijn vele jaren ervaring als reisondernemer schuift hij regelmatig aan als reis-expert bij onder andere evenementen van Emerce en in artikelen in de Telegraaf, HP de Tijd of voor de camera’s van EditieNL.
Ook voor PaperFlies.com schrijft hij reisverhalen, items en blogs. Lees al zijn bijdragen hier.